Nieuws

De Heraut: Informatie over weidevogelgebieden

20 mei 2009

Het bord in de polder spreekt duidelijke taal. Afbeelding: Het bord in de polder spreekt duidelijke taal. (bron: De Heraut).

Lansingerland - Het bestuur van de stichting Natuur en Milieuwacht maakt zich ernstig zorgen over de laatste nog resterende weidevogelgebieden in en rond Lansingerland. "Overheden hebben teveel beslag gelegd op kostbare landbouwgronden en die bebouwd. Daarbij zijn geen compensatiemaatregelen genomen ter bescherming van weidevogels. De laatste weidevogelgebieden dienen dan ook beschermd te worden." Om hun ongerustheid kracht bij te zetten werd een duidelijk bord in de polder geplaatst.

"Door meren droog te malen en de daardoor vrijgekomen gronden te ontginnen ontstaat er door het inzaaien van weidegrassen ook een multifunctioneel gebied voor landbouw en veehouderij. Sommige polders kregen het predikaat waterberging bij calamiteiten; onder andere de bergboezem in Berkel (sinds 1830). De bodem van veenweidegebieden worden door de hoeven van het vee dagelijks gemasseerd, verharden niet en verzuren niet; met een lichte bemesting ontstaat er een uniek voedzaam foeragegebied voor weidevogels en tevens een broedgebied. Een meerderheid van de Nederlandse bevolking is trots en zuinig op de landelijke gebieden; in het bijzonder de Zuid- Hollandse veenweidegebieden." Rijst de vraag hoe we dit cultuurhistorisch erfgoed kunnen behouden.

Kleinschalig

"De kleinschalige veehouderijboeren zijn de enige en juiste beheerders van deze veenweidegebieden. Zij besteden periodiek en dagelijks veel tijd aan het onderhoud van de gronden; tot nut en noodzaak van het milieu en door de gemeenschap in de omgeving te vrijwaren van overlast. Iets waar de overheid en haar 'nieuwe natuur' lobby geen rekening mee wil houden. Kleinschalige weideboeren vertegenwoordigen hierdoor in een zeer dicht bevolkt gebied een belangrijke functie met betrekking tot het milieu. De overheid is dan ook verplicht het belastinggeld van de burgers te besteden aan een financiële toelage voor de zinvolle werkzaamheden van boeren voor het milieu en mede voor het algemeen belang van economie en gemeenschap.

De nieuwe natuurtheorie betekent een uitspatting van milieuverontreinigende elementen voor zowel de gebieden als de omgeving ervan. Wildgroei, moerassen, kweekgebieden, bacteriën en virussen maken mens, dier en plant ziek in de omgeving ervan. In de nieuwe natuur gaat men geen periodiek onderhoud plegen.

Onze conclusie luidt dan ook: geen boer, geen foeragegebieden, geen weidevogels, geen broedgebied. De overheid schiet tekort in kennis van de natuur, mede door eenzijdige en onvolledige voorlichting ervan. Overheden die deelnemen aan gebiedsprocessen moeten de gebiedscommissies breder leren kijken. In gebiedsprocessen is ruimte nodig om compromissen te sluiten."